Interneringskampen voor Oeigoeren in China

Bijna een miljoen Oeigoeren zijn zonder enige vorm van proces verdwenen. Maar het ergste kan nog komen.

Leestijd: 19 min

Even situeren

Wie zijn de Oeigoeren? Volgens Wikipedia: De Oeigoeren zijn een Turks volk uit de Chinese autonome regio Sinkiang (Xinjiang). Met ongeveer 8,82 miljoen (2003) personen vormen de Oeigoeren 45% van de bevolking van dit gebied. Hun taal, het Oeigoers, behoort tot de Turkse talen. Het grootste deel van de Oeigoeren leeft in het Tarimbekken, het zuidelijk deel van de provincie en hun traditionele woongebied, waar zij met ruim 80% van de daar wonende bevolking nog steeds de meerderheid vormen.

Afgelopen zomer begonnen elektronische verbindingen tussen de Xinjiang-regio in West-China en de rest van de wereld te verbreken. Oeigoeren begon hun vrienden en familieleden in het buitenland te verwijderen van hun contacten op WeChat, het belangrijkste online communicatieplatform van de Volks Republiek China. Velen vroegen hun familie om geen telefonisch contact met hen op te nemen. In 2009 had de overheid het internet al bijna een jaar volledig afgesloten, maar het was anders. Dit keer sneden hele minderheidsgroeperingen zichzelf af van de buitenwereld door hun contacten één voor één te wissen.

En terwijl de Oeigoeren verdwenen uit transnationale gesprekken, verschenen er een aantal zeer speciale nieuwe constructies in de omgeving: grote complexen omgeven door twee rijen hekken en wachttorens, allemaal duidelijk zichtbaar door satellietbeelden. Honderdduizenden voornamelijk Oeigoerse vrouwen en mannen – maar ook van andere minderheden – verdwenen vorig jaar in deze infrastructuur, meestal zonder dat hun families werden geïnformeerd en zonder enige vorm van proces. Toen de politie genoeg Oejgoeren probeerde te arresteren om de quota van de interneringskampen te halen, werd elk teken van mogelijke ontrouw jegens de autoriteiten (zoals het weigeren om alcohol te drinken of geen begroetingsambtenaren te begroeten) een reden voor arrestatie. Contact hebben met de buitenwereld is een van de signalen die wordt geïnterpreteerd als bewijs van ontrouw.

Alcohol

In 2014 verbood een stad dat moslimmannen baarden dragen en gesluierde vrouwen van het gebruik van het openbaar vervoer; in een andere stad werden lokale handelaars gedwongen om alcohol en sigaretten te verkopen. Maar de islam verbiedt alcohol en volgens sommige religieuze leiders is roken ook verboden. Bijna 80% van de bevolking in deze regio drinkt of rookt niet, en de laatste jaren zijn veel handelaren gestopt met de verkoop van deze producten.

De gemeentelijke kennisgeving, verkregen door Radio Free Asia, legt uit dat “alle restaurants en supermarkten in ons dorp vijf verschillende merken alcohol en sigaretten in hun winkels zullen verkopen”. Maar er is geen sprake van dat de flessen achter de toonbank worden verborgen: in de aankondiging staat dat de producten goed in de etalages moeten worden gepresenteerd. Voor de hiërarchie van de Communistische Partij zijn Oeigoerse moslims die niet roken, potentieel gevaarlijke extremisten.

Bedrijven die zich niet aan deze regel houden, worden gesloten en vervolgd. De lokale partijsecretaris legde uit dat het “een campagne was om de religie in de regio te verzwakken”.

Onrustwekkende verdwijningen

Als we rekening houden met de totale communicatie onderdrukking van de Chinese autoriteiten is het verassend te zien hoeveel van China deze massale interneringsprogramma’s voor Xinjiang-minderheden hebben ontdekt. Op basis van lekken van een verrassend spraakzame (maar nu tot zwijgen gebrachte) Kashgar-politieagent hebben academici geschat dat ongeveer 5 tot 10 procent van de volwassen Oeigoerse bevolking in deze kampen gevangen zat, zonder dat er een aanklacht is tegen hen is geweest. Een andere politieagent vertelde Radio Free Asia-journalisten op voorwaarde van anonimiteit dat ze van plan zijn 40% van de bevolking naar het interneringssysteem te sturen, inclusief bijna 100% van de mannen in de leeftijd van 20 tot 50 jaar.

In het licht van de internationale publieke opinie heeft de Chinese staat het bestaan van deze “heropvoedingskampen” (zoals ze zijn genoemd) ontkend, maar de lokale autoriteiten blijven nieuwe complexen bouwen en doen openlijk oproepen voor aanbestedingen online voor de bouw van centra, met details die variëren van de grootte van de kampen (tot ongeveer acht hectare) tot de vereiste soorten materialen (“bomvrije oppervlakken”). Sommige mensen die om een of andere reden uit deze kampen werden vrijgelaten, vertelden journalisten wat ze hadden meegemaakt, waarbij ze voorwaarden beschreven die soms zo ver gingen als foltering.

Er blijven echter vragen bestaan, waaronder het doel van deze interneringskampen en het lot van degenen die terugkeren. In Xinjiang portretteert lokale media hen als rehabilitatiestructuren voor korte termijn. Oeigoeren die al zes maanden of langer vrienden of familieleden zien verdwijnen, vrezen nog veel erger. En de publicatie van een advertentie voor de rekrutering van vijftig ‘verharde’ bewakers om te werken in een crematorium gebouwd aan de rand van Urumqi, de hoofdstad van de regio, wekt de vrees dat de Chinese overheid wordt uitgerust om uit te voeren massa executies.

Hoewel de intenties achter bepaalde politieke keuzes soms moeilijk te vatten zijn, vooral in een ondoorzichtige staat zoals China, maken lekken van informatie, online bewijsmateriaal en verhalen van directe getuigen die de afgelopen maanden zijn verzameld, het mogelijk om idee van wat de autoriteiten van Xinjiang drijft. Gezien de lange geschiedenis van de provincie van verzet tegen de Chinese macht en de vele pogingen van de autoriteiten om het te stoppen, worden sommige beweegredenen heel duidelijk.

Gaan lenen bij Westerse Islamofoben

Sinds de Qing-dynastie deze regio in 1759 veroverde, die ze Xinjiang noemden (de ‘nieuwe grens’), werden de verschillende Chinese staten geconfronteerd met vele moeilijkheden, waaronder verschillende rebellieën – in 1864, 1933 en 1945- wat leidde tot de oprichting van kortstondige onafhankelijke staten. Toen de Volksrepubliek China (PRC) in 1949 werd gesticht, vormde de Han-Chinees slechts 6 procent van de bevolking van Xinjiang. En de Chinese autoriteiten neigden ertoe om inheemse groepen – met inbegrip van de Oeigoerse meerderheid – te beschouwen met neerbuigendheid en achterdocht. Tegen 1982 had beleid ten gunste van kolonisatie de Chinese Han bevolking van Xinjiang tot 40 procent doen toenemen, maar de autoriteiten bleven de inheemse weerstand beschouwen als een bedreiging voor hun territoriale ambities. Zelfs na twee eeuwen van Chinese heerschappij waren de inheemse volkeren van Xinjiang cultureel meer verwant aan Centraal-Azië en het Midden-Oosten dan aan China. En het verzet, zowel vredig als gewapend, was alledaags.

In de loop der jaren heeft de Chinese Communistische Partij (CCP) deze weerstand op vele manieren “geïnterpreteerd”. In de jaren negentig zag China het in essentie als een etnisch-nationalistisch “separatisme” gevoed door een pan-Turkse ideologie. Maar na 2001 en China’s afstemming met de VS “war on terror”, begonnen autoriteiten vaker te praten over “terrorisme”, vermoedelijk afgeleid van “religieus extremisme”, met sterk geleende retoriek naar de retoriek van islamofobe kringen in het Westen. Beide benaderingen zijn gebaseerd op hetzelfde principe dat overtuigingen en ideeën degenen zijn die mensen ertoe brengen om weerstand te bieden, niet het restrictieve culturele en economische beleid van China, het verlangen naar een betere sociale status of de misstanden gepleegd door mensen in dienst van de kolonisatie en verchinezing van deze regio.

Tot voor kort hadden de officiële verklaringen voor verzetsdaden vooral betrekking op de risico’s van dissidente bewegingen, en stond erop dat slechts een handvol rotte appels de macht van de CCP trotseerden. In Xinjiang gebruikten de autoriteiten al hun inspanningen om deze “kwade krachten” te beheersen door beveiligingsmaatregelen. Deze aanpak culmineerde in de reactie op de dodelijke rellen in 2009. In juli van dat jaar protesteerden de Oeigoeren van Urumqi tegen het bloedige hardhandig optreden tegen arbeiders in een fabriek in Shenzhen. Toen de politie probeerde het protest te verspreiden, ontaardde het in een rel en doodden Oejgoeren bijna 200 mensen die het ongeluk hadden om op dit moment op straat te zijn, voornamelijk Han-Chinezen.

Staatsmedia citeerden een complot uitgebroed door Oeigoer-bannelingen in Europa en de Verenigde Staten. De People’s Armed Police (PAP), een paramilitaire veiligheidsmacht, viel het gebied binnen, vestigde controleposten en versterkte bewakingsposten in heel Xinjiang. De konvooien van troepentransport paradeerden voortdurend in de stadscentra.

In de volgende jaren omzoomden de autoriteiten de steden met beveiligingscamera’s en legden ze beperkingen op aan het verkeer van Oeigoeren op het platteland. Het begin van de jaren 2000 had al een versterking van de staatscontroles op de Oeigoer-beweging, de religieuze praktijken en andere vormen van expressie gezien, maar de gebeurtenissen van 2009 versnelden de transformatie van Xinjiang in een duidelijk racistische politiestaat.

Hersenspoeling

Het huidige interneringskamp weerspiegelt een verandering in de visie van de overheid met betrekking tot de omvang van de ideologische bedreigingen. Onder Chen Quanguo, de hudige leider van de provincie Xinjiang sinds augustus 2016 is de visie dat alle Oeigoeren als potentiële tegenstanders van de partij worden gezien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de reden voor internering die het vaakst genoemd is is de zuivering van de menselijke gedachten, “het elimineren van extremisme” en voor de vorming van de liefde van de Partij.

Een opname van een aankondiging van de Xinjiang Communist Youth League lekte uit in augustus. De boodschap was bedoeld om de bezorgdheid over de heropvoedingskampen weg te nemen, uit te leggen dat ze van plan was om “te behandelen en wegwassen van het virus uit hun hersenen.” De namen die worden gebruikt voor de kampen zijn veranderd, de meeste hebben het woord “transformatie” gekregen (bv “verwerkingscentrum en onderwijs dat toegespitst is opgenomen “).

De weinige mensen die werden vrijgelaten uit de kampen en die in staat waren om over hun ervaringen te praten, beschrijven een verscheidenheid aan indoctrinatietechnieken die ontworpen zijn om hen de liefde van de Chinese Communistische Partij en haar secretaris-generaal Xi Jinping te geven. “Leraren” en bewakers dwingen gevangenen om hymnes te zingen, video’s te bekijken om te leren islamitisch religieus extremisme te herkennen, Confucius-geschriften te bestuderen, Xi Jinping voor elke maaltijd te bedanken, de islam te verwerpen, zichzelf te bekritiseren en verklikken van de andere gedetineerden. Sommige van deze technieken, waaronder zelfkritiek en veroordeling, zijn klassiekers van de indoctrinatieprogramma’s van de Chinese Volks Partij, ongetwijfeld zo oud als de Volksrepubliek zelf, die met name de term ‘hersenspoeling’ heeft doen ontstaan, directe vertaling van Chinese xǐ nǎo. Deze traditionele CVP-technieken worden echter gecombineerd met wat de autoriteiten presenteren als moderne psychologische benaderingen, waarbij heropvoedingskampen personeel werven met training in psychologie.

De vorm van deze indoctrinatie weerspiegelt een nieuwe nadruk op nationalisme in de Republiek China. De staatsmedia hebben altijd over de Partij gesproken als de redder van China, maar het concept “China” is nu meer gerelateerd aan de cultuur van de etnische meerderheid, de Han. Vanuit dit oogpunt worden religies die als vreemd worden beschouwd, zoals de islam of het christendom, als bedreigingen gezien, net als het boeddhisme (hoewel het als Chinees wordt beschouwd) als het door andere Chinezen dan de Han wordt beoefend, zoals Tibetanen. Meer dan enige andere Chinese leider sinds Mao Zedong, heeft Xi Jinping het idee geopperd dat hij zelf de incarnatie en beschermer van de Chinese natie is. In sommige kampen moeten gedetineerden de zogenaamde klassieke moslimzegening vóór het eten vervangen, bismillah, met dank aan Xi Jinping.

Het ritueel om het individu om te vormen

Buiten China is het moeilijk om deskundige waarnemers te vinden die geloven dat gedwongen indoctrinatie, de beperkingen op culturele expressie en de beperking van religieuze praktijken tot iets anders dan haat jegens de Partij kunnen leiden. In Xinjiang lijken ze echter echt in deze technieken te geloven. Of er is tenminste weinig ruimte voor ondervraging. Vóór 2016 hadden de lokale overheden enige ruimte voor improvisatie bij het implementeren van centraal vastgestelde beleidsmaatregelen. In veel provincies hebben ze programma’s gemaakt die duidelijk bedoeld zijn om een ideologische transformatie op te leggen.

Misschien wel het meest verbazingwekkend waren de gedwongen danswedstrijden die zich in 2014 in de regio werden opgelegd. De laatstgenoemden moesten mensen weghouden van “extremistische” vormen van de islam, die dans verbieden. Op andere plaatsen drongen de autoriteiten er bij kinderen op aan om beloften te ondertekenen om niet in God te geloven en hielden ze openbare plechtigheden van trouw aan de Communistische Partij. Het indoctrinatie-materiaal wordt geloofd, kan ‘transformatie’ bevorderen, zoals in dit kamp waar gedetineerden werden gedwongen om geschriften van Confucius te lezen, en teksten opstelden van een filosofie die de kracht van het ritueel bepleitte om het individu te hervormen.

Maar interneringskampen spelen ook op andere gebieden een belangrijke rol. Ze stellen de politie in staat om fysiek hele klassen van de samenleving kwijt te raken. In ten minste drie provincies heeft de politie naar verluidt alle (of bijna alle) Oeigoeren die geboren zijn tussen 1980 en 2000, beschuldigd van het vormen van een ‘generatie die niet te vertrouwen is’. Oeigoeren zijn fysiek niet in staat om deel te nemen aan publieke weerstand tegen de autoriteit van de Communistische Partij. Door kinderen van hun ouders te beroven, komen deze ontvoeringen ook ten goede aan de Oeigoerse kinderassimilatieprogramma’s van de Communistische Partij. Het afgelopen jaar heeft een van de provincies van Kashgar alleen al achttien nieuwe weeshuizen gebouwd om kinderen te huisvesten die alleen zijn achtergelaten na de arrestatie van hun ouders. De leer daar is alleen in het Chinees.

Op een grotere schaal dienen de kampen als een punitieve dreiging ter ondersteuning van het project van culturele en ideologische herkaderingen van de Oeigoerse samenleving of het verchinezen. Omdat ze geen aanklacht nodig hebben, kunnen de autoriteiten willekeurig elk lid van een etnische minderheidsgroep verwijderen onder het voorwendsel van enig teken van ongehoorzaamheid, hoe belachelijk ook. In januari kondigde de instructeur van een klasse voor heropvoeding zijn studenten aan dat ze naar een interneringskamp zouden worden gestuurd als ze niet binnen drie dagen de eed van trouw aan de Communistische Partij konden onthouden, evenals als het Chinese volkslied, zoals gerapporteerd door een dorpsagent die met Radio Free Asia sprak. Aan de vooravond van het verhoor hing een student van in de veertig zichzelf op omdat hij moeite had de tekst te onthouden (niet te vergeten dat Chinees niet hun moedertaal is).

Spionnen in de stad, thuis, in zijn zak

De dreiging van internering wordt verder geaccentueerd door een ongekende schaal monitoring systeem, een combinatie van menselijk toezicht “klassieke” (door de politie en buurtcomités, net zoals de Stati in voormalig Oost-Duitsland) tot hightech elektronische netwerkmonitoring. Oeigoeren worden regelmatig onderworpen aan verplichte huisbezoeken door ‘werkteams’ van partijleden en andere ‘loyale’ vertegenwoordigers van de staat. Deze bezoeken kunnen variëren van eenvoudige controle tijdens de dag om te controleren of ze bijvoorbeeld geen verboden zaken bezitten (zoals de Koran, gebedstapijt), of een langer verblijf waarbij bezoekers op grote schaal hun gasten ondervragen over wat ze denken, wat ze doen, etc. De resultaten van deze interviews blijven meestal geheim, maar nadat een team bezoekers opschepte over de effectiviteit ervan, ze hadden een vijfde van de bevolking van een dorp naar een kamp gestuurd. Kinderen nemen ook deel aan deze bewaking van privéruimten, omdat scholen hen aanmoedigen om de religieuze praktijken van hun ouders te verklikken.

De steden zijn bezaaid met bewakingscamera’s. Bij marktingangen, op treinstations en zelfs in boekwinkels scannen ijkpunten de gezichten van mensen en controleren hun ID’s via programma’s voor gezichtsherkenning. Mensen die een smartphone bezitten, moeten een spyware installeren van de overheid die alle inhoud terugstuurt die op het apparaat is opgeslagen. Volgens een rapport van Human Rights Watch, worden de enorme hoeveelheden gegevens die worden gegenereerd door deze elektronische bewakingssystemen gecombineerd met informatie verzameld tijdens huisbezoeken aan een platform dat massale data-analyse gebruikt om individuen te identificeren die het risico lopen ontrouw te zijn aan de Partij. Tijdens de inspecties inspecteren politieagenten regelmatig de telefoons om te controleren of ze geen “illegale” inhoud vinden. En het simpele feit van het willen het elektronisch toezicht te ontsnappen is gevaarlijk: een politie gemeld mensen te arresteren omdat ze gestopt was met het gebruik van hun telefoon.

De bijna volledige uitroeiing van de privacy en de massale arrestaties veranderen het gedrag van de Oeigoeren. Het was tien jaar geleden, het verbod van de Oeigoerse taal in scholen, populaire romans (vaak afgeleid van state-run afdrukken) en religieuze rituelen thuis leek onwerkbaar. De docenten waren niet op de hoogte van de taalwetten, verboden boeken zijn gemakkelijk te vinden in prive-boekwinkels en illegale rituelen (zoals Soefidansen) werden beoefend zonder problemen. Vandaag Oeigoeren branden zelf hun eigen boeken en opraken te vinden wat, thuis, kunnen de autoriteiten mishagen en zou toetreden tot de vele vrienden en familieleden die zij persoonlijk hebben gezien verdwijnen tijdens de laatste anderhalf jaar.

De dreiging van heropvoedingskampen strekt zich ook uit tot buiten de grenzen van Xinjiang en zelfs China. Xinjiang veiligheidspersoneel riep Oeigoeren die in andere provincies van het land werkten terug naar hun geboorteplaats, waar de meeste van hen nu vermist worden. Daarnaast spoort de politie Oeigoeren op in het buitenland. Sommigen worden gedwongen terug te keren naar China om te worden vastgehouden. Oeigoeren accepteren dit uit angst dat ze hun familie zullen aanvallen. Ballingen die hebben gesproken over de situatie in hun land hebben veel van hun geliefden zien verdwijnen, en gevallen van depressie komen vaak voor onder hen. Alle Oejgoeren waarvan bekend is dat ze vorig jaar naar China zijn teruggekeerd, zijn nu vermist. Over de hele wereld, zullen degenen wier paspoorten en visa verlopen, zich moeten afvragen of ze naar Xinjiang moeten terugkeren ten koste van detentie of dat ze asiel in hun land van verblijf moeten aanvragen maar met als resultaat dat ze zeker nooit hun familie zullen terugzien.

Bruggen naar het officiële gevangenissysteem

De meest algemeen schatting van het aantal mensen dat in deze heropvoedingskampen werd geïnterneerd (tussen enkele honderdduizenden tot iets meer dan een miljoen) werd uitgevoerd door Adrian Zenz, van de Europese School voor Cultuur en Theologie van Korntal (Duitsland), op basis van lekken en getuigenissen. Sindsdien zijn Oejgoeren, Kazachen en leden van andere etnische minderheden blijven verdwijnen. Oeigoeren met familieleden in Xinjiang en academici die er de afgelopen maanden zijn geweest, hebben zeer zelden gevallen van vrijlating gemeld en het meest problematisch waren het ouderen met gezondheidsproblemen.

In een van de districten van Kucha vertelden de autoriteiten verslaggevers dat geen van de 5000 tot 6000 gedetineerden die in de afgelopen twee jaar naar de kampen waren gestuurd, was vrijgelaten. Bovenal bleef de staat investeren in de bouw van nieuwe kampen. Om te ontsnappen aan toenemende waakzaamheid vanuit het buitenland, heeft hij zijn online aanbestedingen voor de bouw van nieuwe kampen verwijderd en is hij gestopt met het publiceren van nieuwe advertenties. Desalniettemin suggereren de openbare aanbiedingen die in maart en april zijn gepubliceerd, duidelijk dat er aan het eind van dit jaar of begin volgend jaar nieuwe kampen zullen verschijnen.

Dit uitbreidende systeem van heropvoedingskampen houdt rechtstreeks verband met het gewone gevangenissysteem, dat zelf is uitgebreid. Vorig jaar heeft het gerecht in Xinjiang goed voor 13% van het budget voor gevangenissen in China, terwijl de bevolking van deze provincie slechts 1,5% van de Chinese bevolking vertegenwoordigt. Het aantal arrestaties is des te belangrijker omdat het 21% van de totale arrestaties in heel China vormt, volgens de analyse van de actiegroep Chinese Human Rights Defenders. Voor veel gedetineerden is de eerste stap een kanshousuo, of een tijdelijk detentiecentrum. Shawn Zhang, een Chinese student in Canada die satellietbeelden gebruikt van Google naar de “bouw boom” van heropvoedingscentra en andere detentiefaciliteiten in Xinjiang te illustreren, wees erop dat veel van deze gebouwen kanshousuos zijn. Google-afbeeldingen die sinds 22 april 2018 zijn gepubliceerd, laten zien dat een van de structuren in de buurt van Khotan met 150% is vergroot.

Een vertegenwoordiger van Karakash [district Xinjiang] zei dat heropvoedingskampen ook fungeren als toegangspoorten tot het formele gevangenissysteem. Een andere politieman uit een dorp in de buurt van Kashgar zei dat tijdens de heropvoeding ontdekte items kunnen leiden tot een overplaatsing naar de gevangenis. De constructie van nieuwe heropvoedingskampen suggereert dat de ruimte die vrijkomt door gevangenisoverdrachten niet voldoende is om de aanhoudende toestroom van mensen naar kampen voor gedwongen indoctrinatie op te vangen.

Massale executies lijken niet ondenkbaar

De cijfers voor februari 2018 werden waarschijnlijk overschaduwd door die van de volgende maanden, maar ze zijn niettemin erg belangrijk vanuit een historisch oogpunt. Als iemand de hoogste schattingen van Adrian Zenz neemt, overtreft de bevolking die in de heropvoedingskampen in Xinjiang is geïnterneerd, de piek van het aantal gevangenen dat op één dag in de Nazi-concentratiekampen werd geregistreerd (714.211 in 1945, volgens de Nikolaus Wachsmanns boek KL: A History of the Nazi Concentration Camps), vertegenwoordigt meerdere keren het aantal Japanse gevangenen door de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog en is ongeveer de helft van de capaciteit van de Sovjet Goelag, die was ongeveer twee miljoen mensen. Het staat nog te bezien welke van deze precedenten het dichtst bij de Xinjiang-interneringskampen zullen komen.

De permanente bouw van deze stijl heropvoedingskampen (zichtbaar via satellietbeelden die geen twijfel over te laten) suggereert dat de Chinese regering van plan is om dit systeem ook in de toekomst nog verder uit te bouwen. Maar zo pessimistisch als het is, kan deze voorspelling te optimistisch blijken. Historisch gezien hebben buitengerechtelijke internering systemen zich vaak onttrokken aan hun oorspronkelijke doel. In combinatie met de enorme macht die deze interneringen geven aan de staat, geeft het zonder proces opsluiten van mensen de mogelijkheid de afgrijselijkste zaken uit te voeren in het geheim.  Het uitbreken van een oorlog, het plegen van gewelddaden door de onderdrukte minderheden, de banalisering van misbruik van gevangenen, of zelfs een eenvoudige ideologische verandering aan de top van de hiërarchie kunnen ervoor zorgen dat de situatie nog erger wordt.

Lokale autoriteiten hebben in hun taalgebruik al laten zien hoe zij de rol van de kampen beschouwen, waaronder “het uitroeien van tumoren” of “het sproeien van chemicaliën op gewassen om onkruid te doden”. Als de geforceerde indoctrinatie faalt, zou een groot deel van de etnische minderheden van Xinjiang als onwensbaar worden beschouwd. De Global Times (door de staat gecontroleerde krant), in reactie op recente VN-veroordelingen aan China voor zijn beleid in Xinjiang, heeft niet geaarzeld om te zeggen dat “alles maatregelen kunnen worden geprobeerd “aangezien het erom gaat de” stabiliteit “van China te behouden, lijken massale executies en genocides geen volledig ondenkbare scenario’s te zijn.

Al bij al is het duidelijk dat dit alles stoelt op de drang van het communisme om alles te willen controleren en te herleiden tot een quasireligieuze onderwerping aan de Partij. En ook een uiting van racisme vanwege de leidinggevende Han-chinezen tegenover etnische minderheden op het grondgebied van China.

We kunnen enkel dit veroordelen en aanklagen en bidden dat er een keer komt in de toestand van de Oejgoeren.  

Valenciennes – France, 2 Rajab 1440 Hijri