Amuletten (deel 1 van 2)

Dit artikel in twee delen gaat over het gebruik van amuletten in het Jodendom en de Islam.

Amuletten (Arabisch: tameemah, mv. Tamaa’im; in het Hebreeuws, enk. kamea, mv. kamiyot ) zijn dingen gemaakt van parels, botten of ander materiaal die worden gedragen om de nek van kinderen of volwassenen, of worden opgehangen in huizen of auto’s, om het kwaad af te weren – vooral het boze oog – of om enkele voordelen te brengen.

Het blauwe oog

Wie op vakantie is geweest in Turkije of zelfs Griekenland heeft wellicht reeds het glazen kobaltblauwe oog gezien dat alomtegenwoordig is. In het laatste decennium zijn afbeeldingen van het slechte oog het vaakst in de modewereld verschenen. Kim Kardashian is bij talloze gelegenheden gefotografeerd met sportarmbanden en hoofddeksels met het symbool, terwijl modeliefhebber Gigi Hadid eind 2017 deze trend vervoegde en aankondigde dat zij de EyeLove-schoenenlijn zou lanceren.

Maar waarvoor dient dit kobaltblauwe oog? Zo’n kraal wordt in het Turks nazar boncuğu genoemd. Men gelooft dat de nazar boncuğu beschermt tegen nazar, het boze oog. In Wikipedia kan men lezen: “Het boze oog is een blik waarvan geloofd wordt dat hij anderen letsel kan berokkenen en zelfs in staat is om iemand te doden die erdoor getroffen wordt. Vooral kinderen, zwangere vrouwen en dieren zouden er gevoelig voor zijn. Geloof in het boze oog kwam al voor in het Oude Griekenland en Rome, en wordt ook gevreesd bij onder andere hindoes, boeddhisten, en moslims.” Aldus kennen vele volkeren het begrip van een boos oog: De Arabieren duiden het boze oog aan met ‘ain’. De Noren spreken over ‘skjoertunge’, de Denen over ‘et ondj öje’ en de Engelsen over ‘the evil eye’ en in Schotland ‘ill Ee’. Bij de Polen wordt de betovering door een boze blik ‘urak’ genoemd en in Siberië ‘sglasit’. In Italië heet het boze oog ‘malocchio’, in Griekenland ‘kako mati’, in Portugal ‘olho mao’ en in Spanje ‘mal de ojo’. De Fransen noemen de boze blik ‘le mauvais oeil’, de Duitsers ‘der bose Blick’, enz.  

Sommige mensen geloven dus dat een blik met een kwade bedoeling schade kan berokkenen of ongeluk kan brengen. In alle culturen en dit sinds de oudheid hebben mensen zich beziggehouden met hoe zich te beschermen tegen het boze oog. Men kan dit afdoen als bijgeloof, maar vele mensen geloven rotsvast in dit.

In het Jodendom: Het ‘boze oog’, ayin ha’ra in het Hebreeuws, is het idee dat een persoon of een bovennatuurlijk wezen een individu kan betoveren of schaden door alleen maar naar hen te kijken. Het geloof is niet alleen een Joods volksbijgeloof, maar wordt ook behandeld in sommige rabbijnse teksten. De term wordt soms ook gebruikt om slechte neigingen of gevoelens van afgunst te beschrijven.

In verschillende stukken Midrash suggereren rabbijnen dat het boze oog een rol speelde bij verschillende incidenten in de Torah. Ze zeggen bijvoorbeeld dat Sara een slecht oog op Hagar wierp terwijl Hagar zwanger was, waardoor ze miskraam kreeg voordat ze zwanger werd van Ismaël. Elders beweren rabbijnen dat de vruchtbaarheid van Lea nadelig werd beïnvloed toen ze ‘onderworpen raakte aan de macht van het boze oog’ omdat ze God had bedankt dat ze meer dan een kwart van de zonen van Jakob had mogen dragen. (Rabbeinu Bahya, Bereshit 30: 38: 5)

In de Talmoed zeggen de rabbijnen dat de afstammelingen van Jozef immuun zijn voor de kracht van het boze oog – en dat: Iemand die een stad binnenkomt en het boze oog vreest, moet de duim van zijn rechterhand in de linkerhand houden en de duim van zijn linkerhand in zijn rechterhand en het volgende reciteren: ik, die en die zoon van die- en – dus, kom uit de afstammelingen van Jozef, over wie het boze oog geen heerschappij heeft. (Berakhot 55b)

Elders in de Talmoed, in Mishnah Berurah, worden Joden aangespoord om het Rosh Hashanah Tashlich-ritueel uit te voeren in een waterlichaam dat vis bevat omdat “vissen niet door het boze oog kunnen worden beïnvloed.”

En in Bava Batra 2b: 9 zeggen de rabbijnen dat het “voor een persoon verboden is om in het veld van een ander te staan en naar zijn gewas te kijken terwijl het graan staat, omdat hij er een slecht oog op werpt en daardoor schade aanricht, en hetzelfde geldt voor een tuin. “

Joden hebben in de loop van de eeuwen talloze bijgelovige praktijken aangenomen waarvan wordt gedacht dat ze het boze oog afweren, zoals drie keer spugen nadat de naam van een kwetsbaar persoon is uitgesproken of, wanneer ze over een toekomstig plan spreken, “laat het zijn zonder het boze oog” (“Kinehora” in het Jiddisch).

Joden hebben ook geprobeerd het boze oog af te weren met amuletten, met name hamsas.

De Hamsa

Voor degenen die reeds naar Israël zijn geweest hebben waarschijnlijk het symbool van een hand gezien dat als hangers gedragen wordt door Joodse vrouwen of tentoongesteld in Judaica-winkels. En in Israël is de hamsa – hetzij op kettingen, sleutelhangers of op muren te zien – zo alomtegenwoordig als de ster van David.

De recente heropleving van de interesse in Kabbalah, mede dankzij de inspanningen van beroemdheden zoals Madonna, Brittany Spears en Demi Moore, heeft een nieuw publiek met zich meegebracht voor kabbalah-accessoires, waaronder hamsa’s.

Hamsa’s kunnen vandaag in Judaica-winkels over de hele wereld worden gekocht, en zelfs via bedrijven zoals Sears en Saks Fifth Avenue. Veel mensen hangen ze in hun huizen, en het is niet ongebruikelijk om ze te zien hangen aan de achteruitkijkspiegels van taxi’s en vrachtwagens. Naast het verschijnen op kettingen en wandversieringen, zijn hamsa’s te vinden op mezoeza’s[i], armbanden, oorbellen, bladwijzers, sleutelhangers en kandelaars.

Hedendaagse Joodse kunstenaars gebruiken de hamsa-vorm, en sommigen zoals Mark Podwal vinden een groot publiek voor hun werk.

Hamsa’s spelen nog steeds een rol in sommige sefardische rituelen vandaag. Tijdens de henna-ceremonie, wanneer bruiden zijn versierd in de voorbereiding op hun bruiloft, mogen bruiden een hamsa om hun nek dragen om het boze oog af te weren. Zelfs nu de hamsa vandaag verbonden is met kabbala, Israël en het jodendom, is het misschien de mysterieuze oorsprong van het symbool en het bijgeloof eromheen dat de aandacht trekt van zowel beroemdheden als gewone mensen.

Maar wat is een hamsa precies? En wat maakt het Joods? Dit symbool van een oog ingebed in de palm van een open hand heeft talloze andere namen door de eeuwen heen gehad, waaronder het oog van Fatima, de hand van Fatima en de hand van Miriam. De vorm wordt soms op een natuurlijke en op andere tijden symmetrisch weergegeven met een tweede duim die de pink vervangt. De hamsa is door geleerden verschillend geïnterpreteerd als een joods, christelijk of islamitisch amulet en als een heidens vruchtbaarheidssymbool. Maar zelfs als de magische vorm gehuld blijft in een mysterie en wetenschappers bijna elk aspect van de opkomst bespreken, wordt het vandaag de dag erkend als een kabbalistisch amulet en als een belangrijk symbool in de Joodse kunst.

Zoals de verwijzingen naar Fatima (de dochter van Mohammed) en Miriam (de zus van Mozes) suggereren, heeft het amulet betekenis voor zowel joden als moslims. Een van de meest prominente vroege verschijningen van de hamsa is het beeld van een grote open hand die verschijnt op de Puerta Judiciaria (poort van oordeel) van het Alhambra, een 14e-eeuws islamitisch fort in Zuid-Spanje.

De Alhambra-hand van Fatima lijkt te putten uit het Arabische woord ‘khamsa’, wat ‘vijf’ betekent, een getal dat zelf is geïdentificeerd met het bestrijden van het boze oog. Het Alhambra-motief, evenals andere Spaanse en Moorse handafbeeldingen, duiden op de vijf zuilen van de islam (geloof, vasten, bedevaart, gebed en belasting) in de vijf vingers van de hand.

Volgens islamitische folklore werd Fatima’s hand een symbool van geloof nadat haar man Ali op een dag thuiskwam met een nieuwe vrouw. Fatima, die op dat moment aan het koken was, liet de soeplepel vallen die ze had gebruikt. Toch was ze zo in beslag genomen door de nieuwe aankomst dat ze bleef roeren met haar blote hand, nauwelijks merkend dat ze zichzelf brandde.

Het is niet ongebruikelijk dat een islamitisch symbool zijn weg vindt naar de Sefardische joodse cultuur, die samen met de islam bloeide. Amuletten zijn echter enigszins problematisch in het Jodendom, omdat de Bijbel magie en waarzeggerij verbiedt. Toch verwijst de Talmoed herhaaldelijk naar amuletten, of kamiyot, die uit de Hebreeuwse betekenis kunnen komen “binden.” Eén wet maakt het mogelijk om een goedgekeurd amulet op de sabbat te dragen, wat suggereert dat amuletten op een bepaald moment voor de Joden algemeen waren geworden. (Shabbat 53a, 61a)

Kunsthistoricus Walter Leo Hildburgh werpt ook de mogelijkheid op dat de hamsa christelijke wortels heeft en beïnvloed kan worden door de christelijke artistieke vorm waar Maria vaak haar handen draagt in een “vijg” pose, of een configuratie waarbij de duim onder de wijsvinger wordt geplooid naast de middelvinger.

Volgens hoogleraar Ahmed Achrati van de universiteit van Chicago ontstond de hamsa niet noodzakelijkerwijs in een religieuze context. De vorm van de open hand verschijnt in paleolithische grotten in Frankrijk, Spanje, Argentinië en Australië, waaronder een site in Algerije die de naam ‘De Grot van de Handen’ kreeg.

In de Egyptische kunst wordt de menselijke geest (ka genoemd) voorgesteld door twee armen omhoog (die een hoefijzervorm vormen), zij het met slechts twee vingers aan elke hand. Het symbool van de Fenicische maangodin Tanit lijkt op een vrouw die haar handen opheft, en handen vonden ook hun weg naar grafversieringen. Etrusken schilderden handen met hoorns op hun graven, en sommige Joodse begrafenispraktijken bevatten afbeeldingen van handen (die de priesterlijke zegen suggereren) op stenen markers van Levietengraven. Al deze kunnen worden beschouwd als zeer vroege voorlopers van de hamsa.

Het is moeilijk om de precieze tijd vast te stellen waarop hamsa’s in de Joodse cultuur opdoken, hoewel het duidelijk een symbool is van de Sefardische aard. Joden zouden de hamsa misschien hebben gebruikt om de hand van God aan te roepen, of om het boze oog tegen te gaan met het oog ingebed in de palm van de hand. Sommige hamsa’s bevatten afbeeldingen van vissen, in overeenstemming met Rabbi Yose, de zoon van Hanina’s verklaring in de Talmoed, dat de afstammelingen van Jozef, die de zegeningen van Jacob ontvingen om zich te vermenigvuldigen als vissen in Genesis 48:16, beschermd worden tegen het boze oog als vissen. Hij legt uit: “het water bedekt de vis van de zee zodat het oog geen macht over hen heeft (Berakhot 55b).”

Andere iconen naast ogen en vissen hebben ook hun weg gevonden naar de hamsa, inclusief de davidster, gebeden voor de reiziger, de sjema[ii], de zegen over het huis, en de kleuren rood en blauw, die allebei doorkruist worden het boze oog.

Het symbool van de hand, en vaak van priesterlijke handen, verschijnt in kabbalistische manuscripten en amuletten, verdubbelend als de letter shin, de eerste letter van de goddelijke naam Shaddai. Dit in kaart brengen van de menselijke hand over de goddelijke naam en hand kan het effect hebben gehad van het creëren van een brug tussen de aanbidder en God.

Zoals we reeds opmerkten is een amulet (in het Hebreeuws, enk. kamea, mv. kamiyot) is een magische charme om degene die het bezit of draagt te beschermen tegen schade. Ondanks de sterke Bijbelse verbod tot magie en waarzeggerij, werd witte magie in de vorm van het amulet getolereerd door de talmudische rabbijnen, die een beproefd amulet (een geschreven door een expert in de kunst, die met succes bij drie verschillende gelegenheden had gewerkt) toestonden, zelfs op de sabbat kon het gedragen worden worden als het dragen van voorwerpen in het publieke domein normaal gesproken verboden is.

Zelfs de rationalistische denker Maimonides neemt deze regel op in zijn code; hoewel hij elk geloof in de werkzaamheid van het amulet minacht en meent dat het alleen is toegestaan vanwege de psychologische opluchting die het de verstoorde geest biedt. Zelfs rabbijnen waren niet helemaal vrij van bijgeloof en velen tolereerden niet alleen het gebruik van amuletten, maar schreven ze ook zelf.

Het geloof in amuletten bleef wijd en zijd verspreid bij de Joden totdat, samen met soortgelijke bijgelovige praktijken, het werd aangevallen door de Haskalah[iii] en hervormingsbewegingen in de 18e eeuw. Tot op de dag van vandaag wordt het geloof nog steeds gehouden in sommige kringen, waar amuletten worden gedragen als een bescherming tegen het boze oog en opgehangen in de kamer van een vrouw die gaat bevallen om haar te beschermen tegen de machinaties van Lilith[iv]. De inscripties op amuletten in de oudheid lijken verschillende Schriftuurlijke passages (verzen uit de Joodse Bijbel) te zijn geweest die over genezing of bescherming spraken. In de praktische Kabbalah[v] worden verschillende combinaties van goddelijke namen gebruikt voor het schrijven van amuletten op perkament.

In tegenstelling tot Maimonides en sommigen van de Geonim[vi], die fel gekant waren tegen het schrijven van amuletten, zei de opmerkelijke Halachische autoriteit Salomo Ibn Adret dat het amulet werkt volgens speciale eigenschappen waarmee de natuur begiftigd is door de Schepper.[vii] Voor Ibn Adret worden de geneeswijzen en de bescherming tegen schade van amuletten beheerst door natuurlijke, maar onbegrijpelijke wetten. Als de door Griekenland beïnvloede filosofen nooit een magneet hadden waargenomen, zegt Ibn Adret, zouden ze elke overtuiging hebben geminacht dat een voorwerp andere objecten kan aantrekken zonder direct contact met hen te hebben. Met andere woorden, als de empirische test wordt toegepast, werken amuletten, of zo werd geloofd in de Middeleeuwen, en dat geeft ons het recht om hun toevlucht te nemen.

Wat betreft het boze oog spreekt men in het Hebreeuws spreek van ayin hara. Het idee van een ayin hara wordt op veel plaatsen in de Talmoed[viii] en de Joodse Wet gevonden. Er wordt ons bijvoorbeeld gezegd om niet naar het veld van staande graankorrels te staren, anders zouden we het met een slecht oog beschadigen, en het gebruik is om niet twee broers (of vader en zoon) achtereenvolgens in de synagoge tot aan de lectuur van de Torah uit te nodigen vanwege de ayin hara dat kan komen van het trekken van te veel aandacht op een enkel gezin.[ix]  

 Het concept van een ayin hara is gerelateerd aan het verbod “Gij zult niet begeren” in de Tien Geboden.[x] Sommige middeleeuwse Joodse wijzen leggen uit dat ayin hara een soort fysiek verschijnsel is waarin negatieve energie uit de ogen van de persoon komt wanneer hij op iets of iemand met een slecht gevoel of afgunst staart.[xi] Echter, een andere rabbijn Dover Schneuri, legt uit dat je niet kunt zeggen dat het ‘oog waarnaar hier wordt verwezen het fysieke oog is, want welke kracht heeft zo’n orgaan – dat geen intelligentie heeft – om goed of kwaad te veroorzaken? Integendeel, het ‘boze oog’ verwijst naar een spirituele visie van het intellect, “het oog van de geest”.


[i] Mezoeza (letterlijk: deurpost in het Hebreeuws) is een tekstkokertje dat volgens traditioneel Joods gebruik op deurposten wordt aangebracht. Het bevat de hieronder vermelde teksten uit Deuteronomium (Dewariem).

[ii] Joodse geloofsbeleidenis dat er maar één God is.

[iii] Haskala of haskalah (השכלה,, Hebreeuws voor verlichting), was een joodse beweging die in de tweede helft van de 18e eeuw in Europa ontstond als joodse tegenhanger van de Europese Verlichting. Aanhangers van de beweging bepleitten een betere integratie van de joden in de Europese samenleving en het geven van beter onderwijs. Haskala had zijn oorsprong in het Duitse jodendom.

[iv] Lilith (Hebreeuws: לילית) is een vrouwelijk demonisch figuur in de joodse mythologie, mogelijk gebaseerd op een demonisch wezen in de Mesopotamische mythologie. Ze werd voor het eerst vermeld in de Babylonische Talmoed in de 3e-5e eeuw, en ontwikkelde zich in middeleeuwse joodse literatuur tot Eva’s voorganger als eerste vrouw van Adam.

[v] Kabbala (Hebreeuws: קַבָּלָה ‘overlevering/receptie/ontvangen (traditie)’, van qbl, ‘ontvangen’) is een vorm van joodse mystiek of esoterie die binnen rabbijnse kringen ontstond in het twaalfde-eeuwse Europa. Deze mystiek wordt gekenmerkt door een filosofische of theosofische benadering van God, een symbolische benadering van de kosmos, theürgische trekken, en een rituele weg die zou leiden tot een mystieke ervaring van God, verdrijving van het kwaad uit de wereld of inzicht in de schepping. Kabbala vormt een wezenlijk deel van het chassidische jodendom en was van invloed op de vroegmoderne westerse esoterie.

[vi] de geleerden uit de tijd na de afsluiting van de Talmoed

[vii] Bron: The Jewish Religion, published by Oxford University Press.

[viii] Zie Talmud, Bava Metzia 107a; Bava Batra 2b.

[ix] Shulchan Aruch, Orech Chaim 141:6.

[x] Rabbi Yaakov Tzikili (14de eeuw), Torat Haminchah, Mishpatim 25.

[xi] Rabeinu Yonah, Avot 2:15; Abrabanel, Exodus 30:12; Sefer Chareidim.