Het avontuur van Koffie

De Europese spionnen in Arabië pochte om zijn smaak, de Fransen namen het over van de Turken op een moment dat de moslims hem bijna voor altijd hadden verboden.

Genoemd in de taal van de Koran voor het eerst in de 9e eeuw van de hegira[i] (15de christelijke eeuw) in de geschriften van Soefi-mystici, was koffie eerst het voorrecht in moslimkringen, bij het Shadhiliyya-broederschap. Ontdekt in Ethiopië, waar hij generaties lang gedronken was, werd de kahwa meegebracht naar Jemen, meer bepaald naar de stad Mokha en vervolgens naar Arabië door een aantal spirituele meesters, waaronder een zekere Oemar al-Shadhili. In Soefi-bijeenkomsten in de diepten van het Arabische schiereiland werd koffie toen gewaardeerd, omdat het hielp bij het wakker houden en de helderheid van geest stimuleerde die nodig waren voor de handelingen van de nachtaanbidding. Tegelijkertijd werd hij voorgesteld in Aden, een belangrijke havenstad van Jemen, waar hij snel populair werd. De democratisering is terug te voeren op Imam Muhammad ibn Sa’id al-Dhabhani (d. 875H /1470), die hem ontdekte tijdens een verblijf aan de Afrikaanse kust. Koffiedrinken behoorde thans tot de goede werken die omringd werd door speciale riten, een beetje zoals de Japanse theeceremonie. Leden van de soefibroederschap konden, voor zij enkele druppels consumeerden tot 116 keer “ya kahwi” roepen.  Zich baserend op de numerieke waarde van khwy – 116, (kawi) “krachtig”, een van de namen van Allah. Anderen reciteerden de soera Fatiha uit de Koran of andere soera’s en vermenigvuldigden de aanroepingen over de Profeet (vrede en zegeningen op hem) voordat ze begonnen koffiebonen te nuttigen. Aanvankelijk werden de bonen gekauwd en later ging men er een brouwsel van maken. Ze gingen zelfs zo ver om de koffie te vergelijken met het water van Zamzam[ii] of te geloven dat het iemand kon sparen voor de hel. Geleidelijk aan werd koffie de drank voor iedereen en vindt het zijn weg tot in Mekka. Iedereen ziet in koffie een tonicum dat kan helpen om wakker te blijven om ’s nachts aanbidding te verrichten. Aldus heeft het feit dat het een hulp is voor moslims om meer aanbidding te verrichten, geholpen om koffiedrinken te verspreiden over de Islamitische wereld.  Wellicht zou koffie niet tot Europa gekomen zijn zonder dit motief en een lokale specialiteit gebleven zijn in de Oostkust van Afrika.

Lang voordat het in Europa het geval was, waren er al koffiehuizen (Buyut al Kahwa) aan het begin van de 16de eeuw (Chr. jaartelling) in Arabië en omgeving. Met achtergrondmuziek kwam iedereen zijn koffie drinken rond een schaakpartij. Maar spoedig, besloten de imams die het meest in de wet verankerd waren, dat deze drank oorzaak was van het verzaken van zijn religieuze plichten. In 917 AH (1511) verordenen vrome juristen (met het getuigenis van artsen en koffieconsumenten ter ondersteuning) het haram-karakter van zijn consumptie. In Afrika, waar de koffie vandaan kwam maakte men van de bessen van de koffieplant wijn en dit kan ook een reden zijn waarom de islamitische geestelijken septisch stonden tegenover het telen van koffieplanten. De Koran verbiedt dronkenschap, koffie met een effect dat als bedwelmend wordt beschouwd, het werd door analogie als een verbodenproduct beschouwd. De lokale rechters hadden deze mening aanvaard, ondanks dat de mufti van Mekka, die hem in zijn voordeel ontkende. Het hoofd van de Mekkaanse politie Khabir Bey kiest eigenlijk de kant van degenen die koffie willen verbannen en zakken met koffiebonen worden verbrand. Maar gelukkig duurde het verbod maar korte tijd.

Een jaar later weerlegde de nieuwe gouverneur dit verbod en stond toe dat koffiehuizen werden geopend in Mekka en Medina. Later, in 950 AH (1544), werd het verbod opgelegd door de Ottomaanse sultan, Suleiman de Grote, die de nieuwe beschermer van de Heilige Plaatsen werd, maar dit werd grandioos genegeerd. Tegelijkertijd rezen koffiehuizen als paddenstoelen uit de grond in de hoofdstad van Egypte, Caïro, eerst rond de Al-Azhar Universiteit, waar koffie werd geïntroduceerd door Jemenitische Soefi-meesters. Maar idem, het verbod op koffie duurde niet lang. Dit keer was het werk dat van de Shafiitische jurist Ahmad ibn Abd-al-Haqq al-Soenbatie en vond plaats in 939 AH (1532). Niet alleen vanwege de euforie die het veroorzaakte, werd koffie ook verboden omdat de bonen ervan werden gegrild op houtskool. Verkoling kan echter een ander islamitisch verbod vormen. Caïro werd toen het toneel van een nieuwe golf van repressie, die deze keer stopte alleen na de tussenkomst van de gouverneur van de stad, al-Belet, zelf een grootverbruiker van het ‘kleine zwart’. De affaire was zo gevoelig dat de religieuze autoriteiten van het land het prima vonden om opnieuw een definitieve oplossing te vinden. Zich baserend op de opvattingen van de imams van de verschillende rechtsscholen, bevestigde rechter Moehammad ibn Ilyas al-Haanafi vervolgens zijn rechtmatigheid. Mensen bleven er echter verdeeld over en het was gebruikelijk dat rechtsgeleerden gedurende de 10e eeuw van de Hegira geraadpleegd werden over het wel of niet haraam van koffie. Van Zakarriyyaa al-Ansaarie (gestr. 926H / 1520) tot Abd al-Rahman ibn Ziyad al-Zabidie (gestr. 975 AH / 1567), werden mannen van de wetenschap ingeschakeld, en niet zonder enige tegenstand werd het verbruik van koffie gedemocratiseerd. Maar de kritiek bleef bestaan vanwege andere zaken zoals muziek, vrije omgang tussen mannen en vouwen (die geen familie vormden) en bovenop nutteloze discussies die tijdverspilling waren in de koffiehuizen.

Op dat moment waren er koffiehuizen in Perzië, in Syrië, beginnend in Anatolië. De koffie verspreidde zich vervolgens naar de Ottomaanse hoofdstad onder het bewind van Soleiman de Grote (gestr. 974 AH / 1566). Er wordt gezegd dat het eerste koffiehuis in 962 AH (1554) werd geopend door een Syriër. Als Soleiman tijdens zijn pelgrimstocht de consumptie in Mekka had tegengewerkt, dan leek het erop dat hij niets deed om de verspreiding later te stoppen in het kalifaat. Zijn persoonlijke arts, Badr ad-Dien al-Qoesoeni had geen ongunstig mening over koffie. De koffiehuizen werden al snel omgedoopt tot de Turkse mektebi ‘irfan, “scholen van kennis”. Aan de Turkse kant trokken de koffiehuizen vooral schrijvers, schaakspelers en dichters aan, die ter plekke hun nieuwe verzen bij het publiek wilden testen. Tijdens het bewind van de zoon van Soleiman, Selim II, waren er meer dan 600 in het hele rijk. Door sommige rechters en advocaten geconsumeerd bleef koffie de vloek voor sommige predikers die volharden in het vergelijken van koffie met wijn. De Ottomaanse sultans Moerad III (gestr. 1003 AH / 1617) heeft geprobeerd om terug een verbod in te voeren, maar de bevolking volgde nooit; de religieuze autoriteiten konden alleen, in het licht van de populariteit van deze dankt, het gebruik ervan tolereren zolang de bonen niet verkoold werden. Waarom? Omdat verbranding deed denken aan de straf van de hel en verbrande bonen konden dus niets goeds in hen hebben. Het is daarom nog steeds gebruikelijk in sommige landen zoals in Saoedi-Arabië, de Emiraten, Kuwait, Qatar, Yemen en Oman om groene koffie te drinken (trouwens ook heel lekker en beter verteerbaar dan van gebrande bonen).

De Ottomaanse sultan Moerad IV (gestr. 1049 AH / 1640) neemt het een eeuw later, de beslissing op opnieuw koffiehuizen te verbieden. Op ongeëvenaarde ijver, gesloopt hij koffiehuizen, en veel consumenten worden opgepakt, die het soms moesten betalen met hun eigen leven. Het feit dat de conversaties in de koffiehuizen, vaak draaien rond het doen en laten van politici heeft zeker een rol gespeeld in zijn motieven. Het was ook het moment in Anatolië dat er veel aanhangers (de Kadizaden genoemd) waren van de geleerde Ibn Taymiyya die koffiedrinken gelijkstelde met wijn consumeren.  Ze hadden lange tijd een invloedrijke positie en ondersteuning van de Sultan. Terug legaal gemaakt door Sultan Mehmet IV (gestr. 1099 AH / 1687) – en opnieuw illegaal verklaard door de grote vizier Köprülü, werd met de tijd de strijd opgegeven tegen koffiedrinken. Er werd nog geprobeerd een belasting toe te passen die verondersteld werd om koffiedrinken tegen te houden of te ontmoedigen, maar niets hielp.

Of het nu in Mokha is, in het zuidoosten van Arabië, of in Istanbul, koffie, natuurlijk of op smaak gebracht met saffraan; kardemom, peper of zelfs opium, werd het nieuwe zwarte goud van de Oriënt – voor de olie – waarvoor de westerlingen goudprijzen voor betalen. Door de Venetiaanse kooplieden in het begin van de 17e eeuw (Chr. Jaartelling) naar Europa gebracht, had koffie in eerste instantie ook te lijden gehad van de afkeuring van bepaalde geestelijken binnen de Kerk, die in dit zwarte water niets dan een andere ondeugd van de ongelovigen zagen. Paus Clemens VII beschouwde het, nadat hij het had geproefd, dat het niet goed was dat alleen de ‘Mohammedanen’ van deze drank konden genieten en hij liet verordenen dat in heel het christelijke rijk koffie gedronken mocht worden. Het werd snel gewaardeerd door de monniken, die, net als de religieuze moslims, in de koffie een drankje zagen om God de hele nacht te kunnen aanbidden door wakker te blijven. Het drankje werd ook teruggebracht uit India door Engelse kolonisten die de plant hadden ontdekten die eens geplant was door een moslim die het uit Mekka had teruggebracht na zijn Hadj of Pelgrimstocht. Koffiehuizen werden geopend in Engeland rond 1060 AH (1650), evenals in Frankrijk kort daarna. Parijs wordt met liefde voor de drank ingenomen, vooral na de komst van de Ottomaanse ambassade geleid door Soliman Aga die Lodewijk XIV, de zonnekoning er mee kennis laat maken. Met dezelfde sociale rol als in het land van de islam, worden koffiehuizen hier en daar opgericht en zijn het plekken waar mensen praten over politiek. Om deze reden had de kroon van Engeland in eerste instantie geprobeerd de opening te verbieden, maar uiteindelijk lieten ze die gedachte varen. Bereid op zijn Turks, werd het gedronken uit een schaalachtige beker en niet in de tasjes om het beter te laten afkoelen en een scheiding te makken van het koffiedik.

Het is nog steeds onder Turkse inspiratie dat koffie zijn plaats in België verovert. In 1075 AH (1675) zijn verzameld in het kasteel van Freÿr, de Franse en Spaanse soevereinen voor een vredesverdrag wanneer een Turkse diplomaat de ondertekening laat bezegelen met het laten opdienen van een koffie voor iedereen. Het werd het Koffieverdrag genoemd. Idem in Wenen na de slag op 1083H (1683). Van de Turken die verlagen werden ongeveer 500 zakken koffiebonen in beslag genomen. De Oostenrijkers openden, eenmaal de smaak van koffie te pakken gekregen, apotheken die af en toe opengingen om van dit brouwsel te genieten. Ze vermengden het vaak met honing of melk om de zuurgraad van de drank te verdoezelen. Een Nederlandse koopman slaagde erin om een koffieplant uit Mekka te stelen, en hiermee te experimenteren op de Oost-Indische kolonie Java. Al snel werden koffieplantages opgezet op Sumatra, Timor, Bali en Celebes. De echte Europese doorbraak van koffie kwam door de schenking van een koffieplant in 1715 door de Amsterdamse burgemeester aan Lodewijk XIV. Hierdoor werd Frankrijk in die periode de grootste koffieproducent in zijn talrijke koloniën en –verbruiker. Maar de beste koffie die werd gevonden, volgens het verslag van de westerse spionnen die naar de verovering van het Oosten waren gegaan, was die gedronken in Arabië. Nu geconsumeerd door zowel emirs als ulema’s, is het verbod op koffie aan het einde van de 18e eeuw (Chr .jaartelling), helemaal vergeten, het is nu overal gecertificeerd Halal.

Wil je meer weten, dan kan je de volgende boeken raadplegen: 

G.W. Robinette, The War on Coffee, Graffiti militante Press, 2018

Marita Ervin, Coffee and the Ottoman Social Sphere, University of Puget Sound, 204

Allen, Steward Lee, The Devil’s Cup, Coffee, the Driving Force in History, Soho Press, 1990.

Valenciennes – France, 28 Chaaban 1440 Hijri


[i] Islamitische jaartelling

[ii] De bron Zamzam is in Mekka gelegen en wordt door Moslims beschouwd als een miraculeuze bron die zijn oorsprong vindt in het verhaal van Abraham en zijn eerstgeborene Ismaël.